03/09/2026
Weer twee dagen met mijn neus in de boeken… 📚🏡
De afgelopen twee dagen zat ik weer op school voor mijn opleiding tot ejendomsmægler. Dit keer stond de eerste les van de module economie en de woningmarkt op het programma.
En ik moet zeggen: dit is er eentje waar ik behoorlijk enthousiast van word.
Misschien ook omdat economie voor mij ineens veel minder theoretisch wordt wanneer ik het naast mijn eigen leven leg.
Ik heb in Nederland, Zweden, Noorwegen en inmiddels Denemarken gewoond. Vier landen met op het eerste gezicht behoorlijk vergelijkbare Noord-Europese samenlevingen. Maar kijk je economisch naar de woningmarkt, dan blijken er interessante verschillen te bestaan.
Neem alleen al de rente.
In Noorwegen bedroeg de gemiddelde rente op een nieuwe woninghypotheek in juli 2026 5,29%. Maar nóg interessanter vond ik dat ruim 95% van de Noorse hypotheekschuld een variabele of zeer kort vastgezette rente heeft. Een renteverandering kan daardoor relatief snel voelbaar worden in de portemonnee van huishoudens.
Denemarken heeft weer een heel ander systeem, met zijn bijzondere realkreditmodel. De gemiddelde rente inclusief bidrag over de woningfinanciering van Deense huishoudens bedraagt momenteel 3,52%.
En dan begint economie ineens interessant te worden.
Want wat gebeurt er met de vraag naar woningen wanneer rente stijgt? Wat gebeurt er met huizenprijzen wanneer huishoudens minder kunnen lenen? Welke invloed hebben inflatie, inkomen en werkgelegenheid? En waarom reageert de woningmarkt in het ene land anders dan in het andere?
Koop ik nu een huis? Kan ik het betalen? Wacht ik nog even? Kies ik voor vast of variabel? En hoeveel vertrouwen heb ik eigenlijk in mijn financiële toekomst?
Tijdens de les kwam er nog iets voorbij wat voor mijn Nederlandse klanten bijzonder interessant is: de stabiliteit van de Deense kroon.
Denemarken heeft weliswaar geen euro, maar voert al jarenlang een vastewisselkoersbeleid ten opzichte van de euro. De Deense kroon wordt door Danmarks Nationalbank zeer stabiel rond 7,46 kroon per euro gehouden. Tegelijkertijd vormt het inflatiedoel van circa 2% in de eurozone een belangrijk anker voor een lage en stabiele prijsontwikkeling in Denemarken.
Dat is anders dan in Zweden en Noorwegen. Ook daar streven de centrale banken naar ongeveer 2% inflatie, maar de Zweedse en Noorse kroon hebben een zwevende wisselkoers. Hun waarde ten opzichte van de euro kan dus aanzienlijk meer bewegen.
En al die individuele beslissingen samen worden uiteindelijk… de woningmarkt.
Misschien vind ik juist daarom deze module zo interessant. Ik leer nu de economische theorie achter ontwikkelingen die ik jarenlang zelf heb meegemaakt in verschillende landen en die ik tegenwoordig dagelijks terugzie in mijn werk rondom de Deense woningmarkt.
Nog heel wat te leren, maar deze module mag van mij nog wel even duren.