30/11/2025
Verplichte elektrificatie van trucks vormt een onrealistisch en ontwrichtend risico voor de entertainmentlogistiek
De transitie naar duurzamer vervoer is een begrijpelijk en noodzakelijk doel. Ook binnen de logistieke sector wordt al jaren gewerkt aan schonere oplossingen, efficiëntere routes en lagere emissies. Echter, de huidige koers richting een verplichte en generieke invoering van elektrische trucks dreigt volledig voorbij te gaan aan de realiteit van specifieke sectoren. Voor de entertainmentlogistiek is deze verplichting niet alleen onhaalbaar, maar vormt zij een direct en ernstig bedrijfsrisico.
Black Cat Project & Event Logistics B.V. is gespecialiseerd in hoogtijdkritische internationale transporten voor grootschalige evenementen, concerten, sportcompetities en culturele producties. Wij opereren met een gespecialiseerd wagenpark, onder extreme tijdsdruk, op unieke locaties door heel Europa. Juist binnen deze context is een verplichte overstap naar elektrische trucks niet realistisch en zelfs gevaarlijk.
1. Onrendabele investeringen zonder marktdekking
Elektrische trucks vergen investeringen die vele malen hoger liggen dan conventionele dieselvoertuigen. Voor onze sector is terugverdiening uitgesloten. Onze opdrachtgevers – theaters, concertorganisatoren, sportbonden en culturele instellingen – beschikken niet over de financiële ruimte om fors verhoogde transporttarieven te dragen. Kostenstijgingen worden onvermijdelijk doorberekend aan bezoekers, wat leidt tot een directe afname van vraag en daarmee tot economische schade voor de hele keten.
2. Brandveiligheid en restricties op locaties
De brandweer verbiedt het parkeren van trucks met grote accupakketten in monumentale theaters, stadionstunnnels en andere kritieke infrastructuur. Precies dát zijn de plekken waar entertainmentlogistiek noodzakelijk is. Elektrische trucks mogen bovendien niet onder of nabij podia worden opgesteld vanwege brandrisico’s. Dit maakt inzet op onze kernlocaties technisch en juridisch onmogelijk.
Daarbij komt dat grote accubranden nog nauwelijks beheersbaar zijn en de huidige brandweerorganisatie niet over afdoende middelen beschikt om dit type incidenten effectief te bestrijden. Dit vormt een onacceptabel risico voor publiek, artiesten en personeel.
3. Onvoldoende laadinfrastructuur en netcapaciteit
Het Nederlandse en Europese stroomnet is onvoldoende toegerust om grootschalige laadinfrastructuur voor zwaar transport te faciliteren. Zelfs op onze eigen standplaats in Moerdijk – volledig voorzien van zonnepanelen – is het niet toegestaan om laadstations te realiseren vanwege netcongestie, beheerd door grootschalige industriële gebruikers. Ook collega-vervoerders op het terrein lopen tegen dezelfde blokkades aan.
Op evenementenlocaties geldt een nog groter probleem: wanneer een truck daar zou moeten bijladen, gebeurt dit ten koste van de stroomvoorziening voor licht, geluid en techniek. Dat is praktisch onwerkbaar en commercieel onacceptabel.
Bands reizen met grote truck vloten, die kunnen oplopen tot 100 trekker opleggers per dag per show. Deze trucks zullen allemaal tegelijkertijd opgeladen moeten worden om het transport tussen de shows binnen 20 uur na aankomst te kunnen hervatten.
Er zijn in Europees verband onvoldoende aggregaten beschikbaar om zulke operaties te kunnen afdekken, buiten het investeren in elektrische trucks, zal er enorm geïnvesteerd moeten worden in mega aggregaten of gigantische batterij dorpen om de showtrucks te kunnen opladen.
4. Onverenigbaar met tijdkritische internationale operaties
Onze transporten betreffen vaak extreme afstanden, onder strikte tijdschema’s. Wij rijden door Europa met Formule 1-auto’s, internationale rockartiesten en sportevenementen zoals de Olympische Winterspelen. Er is onderweg vaak nauwelijks tijd om te tanken; langdurig laden is simpelweg uitgesloten.
Veel locaties zijn tijdelijk, afgelegen of improvisatorisch ingericht. Laadfaciliteiten ontbreken volledig en zullen daar ook in de toekomst niet komen. Elektrisch rijden is in deze context geen oplossing, maar een blokkade van de operatie.
5. Ontbreken van geschikt elektrisch materieel
De entertainmentlogistiek vereist gespecialiseerde voertuigen, zoals low-deck trucks voor specifieke trailers en getrokken materiaal. Deze voertuigen zijn nauwelijks – of helemaal niet – beschikbaar in elektrische varianten. Hierdoor kunnen wij ons materieel simpelweg niet meer inzetten en komt de continuïteit van onze dienstverlening in gevaar.
6. Schijnverduurzaming en Europese hypocrisie
Binnen de eventsector wordt reeds ervaring opgedaan met elektrische voertuigen op festivalterreinen. In de praktijk worden deze voertuigen vrijwel altijd opgeladen met dieselgeneratoren, omdat netstroom ontbreekt. Dit leidt tot extreem rendementsverlies, hogere emissies dan conventionele dieselvoertuigen en een forse daling in arbeidsproductiviteit. Elektrificatie onder deze omstandigheden is geen duurzaamheid, maar symboolpolitiek.
7. Economische en maatschappelijke gevolgen
De cumulatie van deze factoren maakt evenementen aanzienlijk duurder. Concerten, festivals en sportevenementen worden onbetaalbaar voor het publiek, met als gevolg een afname van bezoekers, het wegvallen van werkgelegenheid en miljarden euro’s aan gemiste belastinginkomsten. Dit raakt niet alleen vervoerders, maar de gehele culturele en economische infrastructuur van Europa.
8. Gebrek aan maatwerk in Europese regelgeving
Het grootste probleem is het ontbreken van sectorgericht maatwerk. Europese wetgeving behandelt alle transportvormen als gelijk, terwijl de praktijk fundamenteel verschilt. De entertainmentlogistiek is geen reguliere distributie, geen retail en geen bulktransport. Zonder uitzonderingen of alternatieve trajecten worden honderden bedrijven geconfronteerd met een transitie die zij onmogelijk kunnen maken.
9. Ontbreken van schaalgrootte en veerkracht bij specialistische ondernemingen
Specialistische logistieke bedrijven binnen de entertainmentbranche opereren per definitie niet op grootschalige volumes. Hun kracht ligt in expertise, flexibiliteit en precisie, niet in schaal of massaproductie. Juist hierdoor beschikken deze ondernemingen niet over de financiële, organisatorische en infrastructurele veerkracht om ingrijpende energietransities zelfstandig te kunnen dragen.
In tegenstelling tot grote distributieconcerns kunnen specialistische vervoerders investeringen van meerdere miljoenen euro’s niet spreiden over honderden voertuigen of meerdere businessunits. Eén verkeerde beleidskeuze of stilgevallen operatie heeft directe impact op de continuïteit van het bedrijf. De verplichte elektrificatie van het wagenpark legt een disproportioneel zwaar financieel risico bij ondernemingen die essentieel zijn voor nichemarkten, maar economisch kwetsbaar worden gemaakt door generieke regelgeving.
Daarbij rijst de fundamentele vraag of het maatschappelijk wenselijk is dat kleine, hooggespecialiseerde logistieke bedrijven noodgedwongen verdwijnen als gevolg van regelgeving die onvoldoende aansluit op hun praktijk. Het verlies van deze ondernemingen betekent niet alleen het wegvallen van unieke kennis en vakmanschap, maar ook een verdere verschraling van de logistieke keten, minder keuzevrijheid voor opdrachtgevers en een grotere afhankelijkheid van enkele grote marktpartijen.
Een energietransitie die leidt tot het structureel buitensluiten van specialistische bedrijven is geen duurzame transitie, maar een economische herstructurering met onomkeerbare gevolgen. Ook hier is maatwerk noodzakelijk om ervoor te zorgen dat verduurzaming niet resulteert in het uitsterven van essentiële schakels binnen de logistieke sector
Conclusie
Wij zijn niet tegen verduurzaming. Wij zijn tegen onuitvoerbare regelgeving die geen rekening houdt met de realiteit van gespecialiseerde sectoren. Een generiek verbod op dieseltrucks en een verplichte aanschaf van elektrische trucks voor entertainmentvervoerders is niet realistisch, niet veilig en niet verantwoord.
Wat nodig is, is maatwerk: sectorale uitzonderingen, realistische overgangstermijnen en erkenning van de unieke rol die entertainmentlogistiek speelt binnen de Europese economie en cultuur. Zonder die nuance brengt deze regelgeving niet alleen bedrijven, maar een complete industrie in gevaar.