Van Gend & Loos

Routebeschrijving

Van Gend & Loos Facebook-pagina van Wim van der Klein over van Gend & Loos, oud-collega,s foto's en verhalen. Een begrip in Nederland en bekend over de hele wereld.

De meer dan 200 jaar oude geschiedenis van een Nederlands transportbedrijf. Overgenomen door de Nederlandse Spoorwegen..Toch weer zelfstandig opererend en uiteindelijk verkocht aan Ned Loyd een van oorsprong nederlandse rederij..Die het bedrijf toch weer doorverkocht aan de Deutsche Post..Die het bedrijf toevoegde aan de transportgroep die onder de naam DHL opereerd.

Ik heb het altijd een wonderlijke ervaring gevonden. Het ene moment ben je hard aan het werk met je bestelwerk in het dr...
09/10/2026

Ik heb het altijd een wonderlijke ervaring gevonden. Het ene moment ben je hard aan het werk met je bestelwerk in het drukke verkeer met de nodige stress en planning in je hoofd en het volgende moment zit je in de serene rust van een ziekenhuis. En is alles waar je zo druk mee was helemaal niet meer van belang. Gewoon einde verhaal. En ben je alleen gericht op de pijn die je lichaam trof en het verlangen om daar zo snel als mogelijk van af te komen.

Helaas heb ik die ervaring een paar keer mogen mee maken en met een ambulance afgevoerd. Met een g*t in mijn kop of in aanraking gekomen met giftige dampen. En een paar keer met vermeende hartklachten. Maar nooit met hele nare levensbedreigende verwondingen. Wat dat betreft heb ik altijd geluk gehad. Ik denk dat die ene gebroken been het hardst is aangekomen. Hoewel het in de eerste instantie nog niet eens de diagnose van de betreffende eerste hulp arts was. Hooguit een flinke kneuzing. Met een fikse zweepslag in de kuit.

En hoe bizar was dat telefoontje op die zaterdag van het ziekenhuis dan toch. Ze hadden de foto’s nog eens goed bekeken en toch een breuk ontdekt. En of ik maandag nog even langs wilde komen voor de spalk met het nodige gips. Dus terwijl ik de avond ervoor nog wat zielig met mijn krukken rond strompelde op dat feestje op de zaak, vanwege de opening van onze nieuwe loods in Rotterdam, werd mijn medisch dossier door de heren medici nog even terdege onder de loep genomen. En alsnog dat mankement aan mijn onderbeen geconstateerd. Toch wel een aparte gang van zaken, maar verder alle lof hoor.

Tja dat krijg je als je in een moment van onoplettendheid zomaar in alle haast uit je wagen springt. Nou ja via de vouwklep onder de oplegger fluks uit de laadbak wilde stappen. Ik was zoals gewoonlijk weer wat aan de late kant met mijn rit naar de klanten. Deze vracht moest nog mee en ik kwam toch in de buurt dus die doos kon ook nog wel mee. En wat een meevaller op die stapel pallets die ik in de loods tegen kwam zat nou net die ene afhaal klant te wachten. Dat kon er nog net bij in die toch al volle en afgeladen oplegger.

Mijn eerste klant was de Van den Bergh en Jurgens Margarine Fabriek in Rotterdam. Nee ik zat bij het verkeerde afdeling. Dit moest naar het technisch magazijn. Ook dat nog, ik had nog twee uur de tijd om vierentwintig pallets bij zeven verschillende klanten te lossen, voor ik aan mijn afhaaladressen kon beginnen. Verdeeld over drie industrie parken in Rotterdam, dus dat werd echt flink aanpoten.

Gelukkig kwam de heftruckchauffeur gelijk met zijn truck naar buiten om de pallet van mijn wagen te lichten. En om te voorkomen dat hij onverhoopt eerst die pallet naar binnen zou rijden, vroeg ik hem gelijk om de handtekening. En zo stapte ik fluks uit de oplegger, maar bleef met de achterkant van mijn schoen achter een scherp onderdeel van de onderkant van de laadbak vast zitten. En daar hing ik hulpeloos als een fladderende vlinder. Of beter gezegd een vleermuis in mijn grijze uniform, blinde kip zonder kop die ik toen was. Kon niet meer voor of achteruit.

De man op de truck schrok zich wezenloos en duwde mij terug in de wagen. Enfin ik stapte nu op de goede manier uit de wagen en hinkte naar de man voor de krabbel op mijn laadlijst. Of ik niet even binnen wilde zitten, om bij te komen, maar daar had ik echt geen tijd voor. Schouderophalend liep hij weg, dan niet. Ik sloot de deuren van de oplegger, hinkte naar de cabine starte de wagen en trapte de koppeling in.

Nou ja dat was mijn bedoeling, maar mijn voet weigerde ineens alle medewerking. In plaats daarvan kreeg ik zo’n pijnscheut te verduren, dat alle alarmbellen in de omgeving begonnen te rinkelen. Nou ja in mijn hoofd dan toch, samen met wat sterretjes. Dan de zaak maar bellen, of die een oplossing voor mijn spontane handicap wist. Helaas zaten we midden in een verhuizing naar de nieuwe loods. En daar moest blijkbaar het nodige voor vergaderd worden en kwam welk telefoontje en van wie dan ook nooit uit.

Een makke waar we in die tijd veel mee te maken hadden bij de firma en ons waarschijnlijk ook de nodige klanten heeft gekost. Een onbereikbare onderneming voor het personeel en klanten is toch echt funest voor de zaak, naar mijn bescheiden mening. Maar ik zat er mooi mee. Ook de mobilofoon waar onze wagens mee uitgerust waren, bleef doodstil na mijn herhaalde oproepen. Uiteindelijk toch maar 112 gebeld met de vraag of ze een beetje wilde doorrijden omdat de pijn niet te harden was.

Nou dat wilden ze wel. Met loeiende sirene kwamen ze de straat in gestoven, met nog een politiewagen in hun kielzog. Die dachten dat er minstens een paar zwaargewonden waren te betreuren, zo hard reed die ambulance. Groot was hun verbazing dan ook dat ik blijkbaar doodgemoedereerd in de cabine van mijn trekker zat. Tja ik was er zelf ook wel verbouwereerd over hoe makkelijk ik daar zo terecht was gekomen. Er uit ging namelijk voor geen meter meer. En zo kwam de hulp van die agenten toch nog mooi van pas en tilde met zijn vieren mijn ongelukkig persoontje uit de wagen en op de brancard. En gelijk naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis.

Het beheer van de oplegger-combinatie liet ik met een gerust hart aan de heren van de politie over. En die hebben op hun beurt ook nog de nodige moeite gehad om de contact met de firma te leggen. Maar uiteindelijk is het hele spul opgehaald en op het terrein gestald. En pas na het weekend bij de klanten leeg gereden. Maar toen zat ik inmiddels al in het gips. Wel kreeg ik de volgende dag een telefoontje of ik kon komen werken. En de dag er na ook weer en stuurden uiteindelijk een wagen om mij op te halen.

Het plekje als centralist op de centrale post in het nieuwe pand was net vrij gekomen en nu hadden ze mooi een nieuw slachtoffer gevonden. Kon ik ook mooi de boze telefoontjes van de nodige klanten aan nemen, die wilde weten waar hun pakje was gebleven. En de desbetreffende chauffeur via de mobilofoon daar naar vragen. Nee, Ik zat er niet mee. Dit werk was goed vol te houden. Werd opgehaald en weer thuisgebracht en de kantine aan de overkant met twee krukken makkelijk bereikbaar. En blijkbaar was de leiding ook heel tevreden.

Zo werd het het moment van terugkeer op de wagen telkens opnieuw uitgesteld. Na zes weken gips bleek een vervanger voor mijn tijdelijke werkzaamheden nog lang niet voorhanden. Maar ik was mooi klaar met verplicht binnen zitten en kon na een week discussiëren met mijn leidinggevende weer op de wagen. Bedankt voor uw aardige reacties op mijn vorig verhaal en een heel fijn weekend weer. ©Wim van der Klein.

Bron foto’s: Ary Groeneveld Het Rotterdams Archief, Firma Bornkamp, Archief Nederlandse Spoorwegen, Constant Wilms, Willi Steinhäuser en Wim van der Klein.

Ik dacht achteraf een silhouet van een grote kamerplant op een hoge kast, daar in die donkere flat langs de loods in Til...
02/10/2026

Ik dacht achteraf een silhouet van een grote kamerplant op een hoge kast, daar in die donkere flat langs de loods in Tilburg. Maar voor mij leek het toch meer op een lange donkere gestalte die roerloos in die kamer voor het raam stond. En het was door dat vale licht van de straatlantaarns achter die verder donkere flat, wat dwars door die woning scheen, waarom ik dat beeld in die kamer altijd wat luguber vond. En telkens als ik midden in de nacht die loods aan deed, werd mijn blik naar die woning getrokken en liepen mij de rillingen over de rug.

Verder was het daar in Tilburg altijd oergezellig in de kantine met die Brabanders en collega’s uit alle windstreken van het land. Maar hoe wonderlijk, het is alweer vele jaren geleden dat ik daar kwam lossen of laden, maar soms komt dat beeld van die schaduw zomaar spontaan weer bij mij voor de geest en voel ik nog dat onbehagen wat mij toen telkens zo trof.

Gelukkig komen er ook regelmatig leuke en fijne herinneringen bovendrijven uit mijn werkzame leven en dat gaat dan vaak over mijn ritten in de nacht. Het werk wat ik altijd het leukste heb gevonden. Nachtdier die ik was en eigenlijk nog steeds ben.

Nog zie ik mij rijden met mijn trailer-combinatie van Leiden naar Haarlem. En dan het liefst via de verlaten provinciale wegen over het natte asfalt door de stille straten van Lisse en Hillegom. Geen levende ziel te bekennen. Iedereen in diepe rust. Langs transportbedrijf de Wreede wat ik altijd een hele aparte naam vond. En natuurlijk menig bloembollen-bedrijf in die streek.


Er hing halverwege die route altijd een niet nader te beschrijven aparte lucht langs die weg. Het had iets van menthol. Al had het ook van de Sikkens verffabriek kunnen komen. Heel anders dan de wat penetrante geur die zich in Amersfoort aan je opdrong als je door het centrum op weg naar de loods was. En vermoedelijk was daar de plaatselijke Erdal fabriek de boosdoener. Net als die chemische fabriek die je op afstand passeerde als je over de A1 van Amersfoort richting Apeldoorn reed, nou niet bepaald het odeur waar je op zat te wachten.

Ik was het als kind al gewend, de speciale geurtjes die in een stad hing. Rijdend op mijn autoped kon je naar gelang de windrichting zo de bedrijvigheid van de stad ruiken. Kwam de wind uit het Zuiden dan rook je de specifieke geur van teer en specerijen uit de havens. Meer naar het westen was de raffinaderijen van Shell de oorzaak en kon je heerlijke geur van de broodfabriek van de Meer en Schoep uit het Noorden toch veel meer waarderen.

Maar dan moest de wind niet naar het oosten krimpen anders was je mooi in de aap gelogeerd en werd je geteisterd door de kwalijke dampen van de Gekro. Een destructie bedrijf waar mijn huidige buurman nog chauffeur is geweest en regelmatig mooie verhalen over heeft. Jazeker, hij heeft menig oude koe uit de sloot gehaald tijdens die gesprekken.

Hoewel Van Gend & Loos bij de meeste vestigingen zo vanaf de openbare weg te bereiken was, zaten er een paar achter een hek en waren alleen via een slagboom en een portier te bereiken. Zoals in DenHaag waar onze Kees de scepter zwaaide. Een kleurrijk figuur, die in dat sappige plat Haags de hele onderneming op de korrel nam. En dan natuurlijk voornamelijk over wat niet goed ging.

Draaiend aan het zoveelste shaggie oreerde hij dat het een lieve lust was, waarbij menig chauffeur als toehoorder ondertussen voor een duppie en later een kwartje van een zelf gezette en sterk bakkie pleur genoot. Zijn taak was het ontzegelen en bij vertrek het verzegelen van de opleggers. Daarbij nam hij het rijrapport in ontvangst, gaf er zijn krabbel op en informeerde de chauffeurs uit het ganse land voor welke vestiging daar geladen of gekoppeld moest worden.

Ook in Amsterdam zat een portier en in de avond en tijdens mijn nachtdiensten zat daar vaak de Pijp. Een oude chauffeur die ik nog als collega op de vrachtwagen had meegemaakt, maar door zijn leeftijd en wellicht lichamelijk ongemak niet meer zo goed kon mee komen. Hij deed dus hetzelfde werk als Kees in DenHaag.

Maar op een goede nacht, het zal zo tegen tweeën zijn geweest, was de Pijp nergens te bekennen terwijl de slagboom omlaag en de portiersloge hermetisch gesloten was. Ook de loodsdeuren waren potdicht en dus was het wachten tot onze portier na zijn vermoedelijke sanitaire verblijf en wellicht een vlot bakkie koffie weer terug op zijn post was. Ondertussen was er collega gearriveerd en daarna nog eentje die zijn combinatie netjes in het rijtje aansloot. Maar van de portier nog geen spoor.

In die tijd was je voor je communicatie nog op een openbare telefoon aangewezen en die was duidelijk niet voorhanden in die buurt en dus was het geduldig afwachten tot we gemist werden of de portier tevoorschijn kwam. En warempel daar stond ie ineens bij zijn deurtje met zijn sleutelbos te rammelen. Lichtelijk bezweet en hijgend van het harde lopen kwam hij met een onsamenhangend verhaal over het achter zijn loge gelegen rangeerterrein.

Maar het was de grote verrekijker die om zijn hals hing, die ons gelijk opviel. Na wat doorvragen kwam uiteindelijk de aap uit de mouw. Hij was daar op een wagon geklommen en had met zijn verrekijker de verderop gelegen woningen begluurd. En nee het was geen kamerplant op een kast, maar een heuse seksfilm die daar op zijn netvlies verscheen. Natuurlijk was onze nieuwsgierigheid gewekt en troonde de portier mee naar de desbetreffende wagon.

Met de waarschuwing vooral voorzichtig te zijn met zijn dure kijker klommen we op het dak van dat rijtuig en gluurde naar een groot projectiescherm waarop vaag met het blote oog wat bewegende beelden te zien was. Natuurlijk mochten we om de beurt even kijken, maar wat mij betreft toch net niet spannend genoeg om naar huis te schrijven. Mocht ik daar op dat moment onverhoopt behoefte aan hebben dan toch.

Nee het werk wachtte en we hadden al genoeg tijd verspeeld en dus klommen we fluks van de wagon en spoedde ons naar onze trucks. Daar was het rijtje inmiddels aardig gegroeid en met een verbaasde blik vroeg men waar wij vandaan kwamen. “Uilen kijken!” was ons korte antwoord, met de mededeling dat de vogels inmiddels gevlogen waren.

Het is het werk wat ik nog het meest mis, die lange ritten in de nachtelijke uren. Geen drukte, nauwelijks verkeer en de hele weg voor jezelf. In het begin alleen nog met het zware gedreun van de motor, het verstand op nul en de blik op oneindig. Na ja tot zover het licht van je koplampen scheen dan toch en dat was niet echt bijster ver. Met af en toe de seintjes met het grote licht van de collega’s die je passeerde. Maar later de gezellige babbel van de radio diskjockey, die gesprekken had met medewerkers van bedrijven die ook in de nacht zaten. En de groeten liet doen aan familieleden die natuurlijk op dat moment in diepe slaap waren.

Met in de vroege ochtend de blauw/gele snelle trucks van de de Telegraaf die de eerste kranten door het land verspreidde. En natuurlijke de vrachtwagens met vrachten vol planten en bloemen op weg naar de veiling. Nee rijden doe ik nog maar zelden. Hooguit naar mijn kinderen en kleinkinderen en een enkel ziekenhuisbezoek. Maar soms stap ik zomaar midden in de nacht in mijn oude bolide en rij een paar uurtjes over de verlaten wegen van het verder slapende land en dan komt weer heel even dat oude fijne gevoel van die tijd terug. Bedankt voor al uw aardige reacties op mijn vorig verhaal en een heel fijn weekend weer. ©Wim van der Klein

Bron foto’s: Willi Steinhäuser, archief Nederlandse Spoorwegen en Wim van der Klein.

Dat de meeste mensen zich Van Gend & Loos als pakketbezorger herinneren lijkt mij duidelijk. Maar dit bedrijf deed zovee...
25/09/2026

Dat de meeste mensen zich Van Gend & Loos als pakketbezorger herinneren lijkt mij duidelijk. Maar dit bedrijf deed zoveel meer in het verleden. Zo waren er de laadkisten, die als voorloper van de containers van deze tijd mogen worden beschouwd. Aangevoerd met de trein en overgeladen op de paardentractie en later de vrachtwagen. Op dezelfde manier werden ook de kolen in open bakken vervoerd en zelfs het olie of chemicaliën-transport in tanks was een onderdeel van deze firma. Zoals voor de chemie-fabriek in Naarden.

Net zo als de soda in ketels voor de glasfabriek in Schiedam. Die tijd heb ik ook nog net mee gemaakt. Zelfs met die Daflosser gereden. Zonder ketel helaas, maar alleen om die naar de werkplaats te brengen voor het onderhoud. Het was een speciaal soort chassis waarop een vernuftige systeem was gebouwd, waarmee de chauffeur die ketels van de trein op de oplegger konden slepen, om ze daarna te lossen bij de glasfabriek. Een ritje van nog geen 3km. Maar de desbetreffende chauffeur vond het toch leuk werk om voor die fabriek te werken, natuurlijk met de regelmaat van de nodige koffie en lunchpauzes.

Maar zelfs in de tijd van paarden tracties werd er al met opzet bakken gewerkt. Nee dat was nog ver voor mijn tijd, maar op de oude zwart/wit foto’s van het Spoorwegmuseum is goed te zien hoe dat in zijn werk ging. Waarbij nog van de nodige spierbundels gebruik werd gemaakt. Zoals die volle bakken met goederen vanuit de loods op de laadvloer van een paardentractie en later op de laadvloer van de vrachtwagen werden geschoven.

Er was ook een divisie van deze onderneming die het vervoer en de inrichting van beurzen en de zware industrie voor zijn rekening nam. En later onder de naam Verhuisbedrijf Geitenbeek dat werk verder uitbreidde. Zo was er speciaal materieel als zware kranen en open platte opleggers, die onderdelen van vliegtuigen en vrachtwagens vervoerde of een zware drukpers voor de drukkerij. En het nodige vervoer en de inrichting van de nodige beurzen voor hun rekening namen.

Toch blijft ik het wonderlijk vinden dat zowel die opzet-bakken als het containervervoer steeds meer uit het zicht verdween en het bedrijf zich van lieverlee enkel op het vervoer van pallets en pakketten richtte. Slecht heel sporadisch kregen we nog met uitzonderlijk vervoer te maken.

Zo was er een oplegger als klaslokaal ingericht. Het Talen-Prakticum waar onze Turkse collega’s de Nederlandse taal, onder de knie trachtte te krijgen. En deze oplegger moest van regio naar regio gebracht worden. Natuurlijk werden daar de trailer-chauffeurs van plaatselijke lokatie voor gebruikt. Verder dan DenHaag of in mijn geval Utrecht kwam je niet met die wagen. Maar het was een mooie onderbreking van de dagelijkse sleur en altijd als de kers op de taart gezien.

En ooit had ik nog een best wel wonderlijk apparaat met een gewicht van achttien ton achter mijn trekker hangen. Voor die lichte trekkers van ons dus best wel behoorlijk aan gewicht. Het bleek een mobiel schakelstation te zijn, die tijdens het onderhoud van een Travo-station van de spoorwegen werd ingezet. U kent ze vast wel die stenen huisjes die hier en daar langs het spoor staan. Met zo’n gele bliksem op de deur. Al dan niet beklad met graffiti.

Dat apparaat wat ik met mijn trekker moest aankoppelen, stond ergens bij een spoor in de buurt van onze loods in Schiedam naast zo’n schakelstation. Er was op het eerste gezicht niemand te bekennen bij dat betonnen huisje, maar toen ik wat beter keek zag ik de deur van dat schakelstation een klein beetje open staan. Ik deed hem wat verder open en stapte naar binnen en jawel daar was een monteur aan het werk.

Naast hem stond een grote vierkante bak vol met een dik soort zware stookolie. Verbaasd vroeg ik de reden van die olie en het bleek een soort opvangbak te zijn voor zware stroomstoten. Als een trein gebruik maakt van de bovenleiding dan gaf ie, bijvoorbeeld bij het afremmen, de teveel gebruikte energie regelmatig terug. En die massa werd dan opgevangen door een schakelstation. En de elektrische schok, die daarbij vaak vrij kwam en soms met een enorme klap gepaard ging, werd door die olie als een soort demper opgevangen. Daar kwam het zo’n beetje op neer als ik het mij goed herinner.

Het onderhoud van dat schakelstation zat er op en het was de bedoeling dat ik die vervangende mobiele eenheid naar het rangeerterrein aan Rosestraat in Rotterdam-Zuid bracht en hem daar op een open spoorwagon plaatste. Op mijn vraag waarom het plaatsen van dat apparaat op een wagon niet op het spoor in Schiedam zelf kon, bleek de administratieve rompslomp en het overbelaste spoorwegnet de grootste obstakel te vormen .

Zo’n extra ritje over het spoor van Schiedam naar Rotterdam-Zuid moest weken van te voren in drievoud bij het hoofdkantoor aangevraagd worden en gaf op de dag zelf ook nog een hoop gedoe. Van Gend & Loos inschakelen, toen nog een dochteronderneming van de spoorwegen, was veel eenvoudiger en goedkoper en het was ook nog in een paar uur gepiept.

Oké, zo gezegd zo gedaan. Ik koppelde dat gevaarte aan en reed er mee naar het opgegeven adres. Daar stonden al wat heren mij op te wachten. Het bleek de bedoeling dat ie op een platte wagon werd gezet. Via een speciale oprit bereikte ik achteruit rijdend een soort van smal bruggetje naar die wagon. Dat was nog best spannend, omdat ie er maar net op paste, waarbij door het gewicht van dat apparaat, de wagon ook nog eens een stuk omlaag door zijn vering zakte. Maar gelukkig lukte het mij om dat ding er netjes op te rijden, af te koppelen, en er zonder schade onder vandaan te rijden.

Bedankt voor uw aardige reacties op mijn vorig verhaal en een heel fijn weekend maar weer. (©)Wim van der Klein

Bron foto’s: Marcel van der Sluis, Willi Steinhäuser, Pinterest en archief Ned. Spoorwegen.

Het was eind 1986 toen Van Gend & Loos door de Nedlloyd werd overgenomen. De minister die verantwoordelijk was ten tijde...
18/09/2026

Het was eind 1986 toen Van Gend & Loos door de Nedlloyd werd overgenomen. De minister die verantwoordelijk was ten tijde van de overname (wat toen plaatsvond via de toenmalige moederorganisatie, de Nederlandse Spoorwegen) was Neelie Smit-Kroes. Zij was destijds de Minister van Verkeer en Waterstaat in het kabinet-Lubbers. Onder haar beleid werd er streng gestuurd op bezuinigingen en rendement bij de NS.

Omdat de goederen en pakket tak van de NS (waar Van Gend & Loos onder viel) destijds verliesgevend en te bureaucratisch was geworden, werd besloten dat de NS zich volledig moest gaan richten op het reizigersvervoer. Dit leidde uiteindelijk tot de verkoop van het historische transportbedrijf aan rederij Nedlloyd. (Bron: Jan van den Noort) Hoe dat precies is gegaan is mij onbekend, maar ik begreep in die tijd dat sommige betrokkenen daar een bar slechte smaak aan over hadden gehouden.

Het was ook in die periode dat we de Neckermannetjes kregen, zoals sommige collega’s laatdunkend die nieuwe Mercedes vrachtwagens noemden. En dat voelde toch ergens als verraad aan de DAF. De vrachtwagen die naar mijn idee echt bij Van Gend & Loos hoorde. Het waren allebei Nederlandse bedrijven die jarenlang samen hadden opgetrokken.

Nou was dat niet helemaal waar. Er werd al jaren daarvoor met Scania combinaties gereden. En zelf met de door het Amerikaanse leger gedumpte Mack na de tweede wereldoorlog.
Maar ook de Mercedes bestelwagens waren al eerder in het wagenpark geweest bij Van Gend & Loos. Ik heb er ooit zelf op een blauwe maandag mee gereden. Herinner me nog het rauwe motorgeluid van die wagen.

Het was in een tijd dat de leiding ook nog niet precies wist wat met mij aan te vangen. Mislukt als wijkchauffeur waarbij bijna honderd bestellingen op een dag voor mij toch net een adresje te veel was, werd ik verbannen naar het hangend vervoer. Confectie vervoer dus, waarvan onze loods nog in de kelder van het GrootHandelsgebouw in Rotterdam zat. En je als chauffeur geacht werd om netjes in uniform met stropdas en witte handschoenen je je taak in die besteldienst uit te voeren.

En zo liep ik dus wat later op de dag met mijn armen vol peignoirs een kledingzaak op de Noordsingel binnen. Nou ja, dat was de bedoeling. Maar helaas struikelde ik over dat ene kledingstuk wat uit mijn armen was gegleden en viel languit die zaak binnen. Waarbij dat pak kledingstukken mooi mijn val brak en de landing lekker zacht bleek. Maar met het geschrokken personeel en de nodige klanten tot gevolg. Nee, niet mijn favoriete bezigheid dat gesjouw met die kleding.

Loodzware uniformen afleveren bij de brandweer op het Giessenplein op een warme zomerdag. Alweer met mijn armen vol setjes een smal ijzeren trapje op naar het magazijn. Om met uiterste kracht inspanning die setjes aan een stang te haken, waarbij toch weer dat ene knaapje weigerde mee te doen. Nee het enige leuke aan dat werk waren de ritten door de Alblasserwaard waar ik de nodige dorpen aan deed. Maar was er uiteindelijk gauw klaar mee. Met het wat later behaalde groot-rijbewijs kon ik op de vrachtwagen en had ik eindelijk mijn favoriete plekje in het bedrijf gevonden

Al een tijdje voor de overname van scheepvaartbedrijf NedLLoyd hadden we het vertrouwde grijs van onze wagens al ingeleverd. Het was een poging om met een nieuw elan ons bedrijf onder de aandacht van de consument te brengen. Met nieuwe groene uniformen als waren we boswachters. Het hoedje met de veer ontbrak er nog net aan. Zelfs ons mooie artistieke logo werd opgeofferd voor een simpel oranje vierkant. We kregen witte bestel en vrachtwagens, al herinnerde de onderste balken van licht en donkergrijs nog wel aan ons verleden.

Was nog best wennen die frisse kleur, zeker als je al zo lang in het vijftig tinten grijs had gewerkt. Net zo als met de Mercedes trekkers waar we dus wat later mee reden. Wat waren die klein. Echt veel ruimte had je niet in die eerste serie trekkers. Je stoel zat klem tegen de achterkant van de cabine. Zeker als je wat meer beenruimte nodig had. Waren we toch weer terug bij af of beter gezegd bij het formaat van de relatief kleine KikkerDAF.

Al was die Mercedes trekker wel een heel stuk sterker en beslist veel sneller. De honderddertig km/u kon ie zelfs halen met de wind mee. Niet echt verstandig zo hard te rijden met een volle vrachtwagen omdat de banden daar natuurlijk niet op berekent waren, zoals een monteur mij fijntjes had uitgelegd. Het was ook wennen aan dat grote stuur en zwiepende voorbanden die je wagen onverwacht alle kanten op stuurde. Was schrikken hoor. Lag aan de nieuwe banden en moesten eerst wat inslijten was de uitleg.

Ach aan voorlichting hadden we geen gebrek bij deze firma in Nijkerk. Hele cursussen werden er op poten gezet. En niet geheel ten onrechte eerlijk gezegd. Met veel oudere chauffeurs die gewend waren om op het geluid van de motor te schakelen en geen idee hadden of het nut in zagen van lage toeren, een hoog koppel dus meer trekkracht en een eerder schakelmoment. Gewoon flink gas geven en dan als de wagen niet harder ging pas doorschakelen. Wat was daar nu mis mee, zo reden ze immers al jaren?

Was dus nog best een flinke dobber voor die instructeur van Mercedes, die beledigd door de opmerking over Neckermannetjes aardig in zijn wiek was geschoten. Met een rode kop legde hij haarfijn uit welke voordelen die nieuwe manier van rijden had. Over de lage toeren en daardoor ook minder slijtage jazeker, maar nog belangrijker het veel lagere verbruik van de brandstof. Met het nodige comfort voor de chauffeur met het aanzienlijk minder harde geluid van de motor.

Toch was het wennen. Je had af en toe gewoon het idee dat de motor dood viel bij een zware lading. Maar eenmaal op gang reed ie best lekker. En toen de oude Mercedes modellen vervangen werden door eentje met een zijruitje en zelfs een plank achter de stoelen, kon je de lol niet op. Moet je niet al te veel van voorstellen hoor. Een rustcabine noemden ze dat. Maar dat rusten kon je wel vergeten op die plank waar je alleen op je zij kon liggen.

Het enige voordeel was, dat je je stoel wat comfortabeler kon instellen en je tas kwijt kon. En de gereedschapskoffer en later een grote gevarenkoffer, de rubberen laarzen en de extra grote brandblusser. Door al die extra zaken die je nodig bleek te hebben voor het vervoer van gevaarlijke stoffen, waarbij ineens ook het ADR diploma verplicht was, bleek je cabine toch weer over vol. Bedankt voor uw aardige reacties op mijn vorig verhaal en een heel fijn weekend weer. ©Wim van der Klein

Foto's: Peter de K**k, Jan Hogebrug, Archief Nederlandsche Spoorwegen, Cees Schouten en Wim van der Klein.

Eh momentje! Mijn collega komt zo bij u! Een bekend antwoord in de horeca waar het overbelaste personeel nog wel eens ee...
11/09/2026

Eh momentje! Mijn collega komt zo bij u! Een bekend antwoord in de horeca waar het overbelaste personeel nog wel eens een tijdje op zich kan laten wachten. Een mens wacht wat af in zijn leven. En het begint al op jonge leeftijd. Op een schone luier of op de moedermelk. Waarbij je niks anders kan dan het op een brullen zetten. Schijn ik veel gedaan te hebben vroeger, een echte huilbaby.

Een behoorlijk vervelend moment wat je als kind kan overkomen, is wachten en dan verder niks omhanden hebben. In de kerk bijvoorbeeld tijdens de preek van meneer pastoor. Een eindeloze brij van onbegrepen woorden die met een nasale stem via de her en der opgehangen luidsprekers bij je binnen kwam. Mijn vader zat daar meestal met de ogen gesloten naar te luisteren. In opperste concentratie zei mijn moeder dan altijd, maar ik verdacht hem er eerder van dat ie onderwijl een tukje deed.

Het pepermuntje van mijn moeder hielp maar ten dele om de verveling te verdrijven. Zelf was ze druk met een zakdoekje en een flesje 4711 in de weer. Mocht eigenlijk niet van de kerk dat snoepje. Je moest immers nuchter ter communie. En dan bedoel ik dus zonder gegeten te hebben. Het lichaam van Christus in de vorm van een hostie mocht blijkbaar geen ontbijtresten tegen komen tijdens Zijn reisje naar het hiernamaals. Maar tegen een frisse mond kon Hij toch moeilijk bezwaar maken, zo was de mening van mijn moeder.

Ach wachten is nooit leuk voor een kind. Voor de boodschappen was ik vaak de klos. Stond je met het boodschappen briefje in je ene hand en het geld in de ander geklemd netjes op je beurt te wachten. Om aangeslagen te moeten constateren dat zelfs hele aardige dames regelmatig stiekem voor piepten. En hoezo voorpret bij een aanstaand schoolreisje? Laat dat feestje nou eindelijk maar eens gebeuren. Met de wijnrode bussen van Van Gog naar Drievliet in DenHaag waar je het meeste toen nog zelf moest doen. Rennen als een hamster in een grote op zijn kant liggende houten ton. Op een reuzenschommel, waarbij als je verkeerd zat het handvat in je maag kreeg en waarbij op die hele hoge houten glijbaan een m***e best handig was.

Heeft u dat ook wel eens? Kom je bij twee loketten en staat er bij allebei een rij. Maar de ene is beduidend korter dan de ander en dus sluit je daar aan. Om na een paar minuten lijdzaam te moeten constateren dat de andere veel langere rij toch sneller aan de beurt was. En overstappen was geen optie. Niet alleen had ik daar het lef niet toe, maar grote kans dat je er uiteindelijk ook nog niks mee op schoot. Vroeger was je nogal eens afhankelijk van een loketbediende. Bij het postkantoor bijvoorbeeld. En niet alleen om postzegels te kopen maar ook om je maandelijkse loon te innen. Dat werd immers op je giro gestort. Betalen deed je toen nog met cash geld.

Overigens heb ik zelf ook nog de tijd mee gemaakt dat je op het eind van de maand het salaris in een loonzakje kreeg aangereikt. Buiten bij de schuur van het hoveniersbedrijf waar ik toen als tuinman werkzaam was. ,,Hier je loon met een extraatje,” zei de baas tevreden, maar het viel altijd tegen. Een paar honderd gulden voor een maand hard werken.

Ja oké, alles was goedkoper natuurlijk, maar dat loon beslist geen vetpot. Al had je toen ook nog de verhalen over uitbetalingen in de kroeg, waarbij de werkgever en de uitbater van die gelegenheid onder één hoedje speelde en het geïnde loon vlotjes in het gerstenat werd omgezet. Met thuis moeder de vrouw met zeven kindertjes die vergeefs op de centjes zat te wachten.

Maar bij Van Gend & Loos kreeg je het dus op de giro. Het was nog in de tijd van ponsmachines en ponskaarten waarbij de gaatjes in die kaarten als het digitale medium van deze tijd werden gebruikt. Dezelfde ponskaarten die ik mijn begintijd als chauffeur bij van Gend & Loos in Rotterdam in zware dozen op pallets bij menig kantoor afleverde.

En net zoals in die ponskaarten zaten in de kaarten van de acceptgiro ook altijd gaatjes die de rekeningnummers van rekeninghouders en de ontvanger vertegenwoordigde. En hoe makkelijk was een betaling met een acceptgirokaart. Een handtekening en je rekeningnummer noteren, het bedrag was vaak al ingevuld, en zo in een groene, gele of blauwe enveloppe op de bus.

Het cash geld haalde je op het postkantoor met je giropas en een kascheque waar je het rekeningnummer en het op te halen bedrag op was vermeld. Je kon per kaart maar voor een maximum van vijfhonderd gulden innen. En je mocht nooit meer dan twee kaarten in je bezit hebben. Op het eind van de maand kon je dus rekenen op lange rijen bij de loketten van het postkantoor. En natuurlijk alweer mijn foute keus wat de rij betreft.

Een mens wacht wat af. Op de trein en later het vertrek van het vliegtuig. Maar niet alleen voor de leuke dingen. Nee, ook bij de kapper, of in de wachtkamer van de tandarts en bij de dokter trof je dat lot. Of in mijn begintijd bij de benzinepomp op de pompbediende. Even zelf doen was uit den boze. ,,Oliepijl controleren en even de ramen doen?” Het was vaste prik bij de pomp waarbij een fooitje zeer welkom was.

En natuurlijk in het verkeer tijdens eindeloze files. Daar pak je geheid ook de verkeerde baan. Waarbij het achterop komend verkeer werd gewaarschuwd door de Rijkspolitie, die staande door het dak van de Porsche op de vluchtstrook met handgebaren de automobilisten tot opletten en bijtijds stoppen maande.

Ach wachten bij de pont die je net naar de overkant zag vertrekken, wie is dat nooit overkomen. Wachten op en in de bus, tram of trein voor die eindelijk jouw bestemming bereikte. Zelfs als je in de auto of vrachtwagen rijd is het eigenlijk wachten op het einde van de rit. Met het voordeel als chauffeur dat je nog de noodzakelijke handelingen moet verrichten. Die overigens ook steeds minder werden, zoals met een automaat, de Lane-assist en cruise-control. Maar dan heb je nog een beetje afleiding met het sturen. Wel blijven opletten op het overige verkeer natuurlijk.

Maar je zou er maar als bijrijder of passagier naast moeten zitten. Doodsaai toch op den duur. Zoals uiteindelijk ook de stille ritten tijdens je werk als vrachtwagenchauffeur laat in de nacht. Dan was je blij dat je nog een radio aan boord had. Altijd nog beter dan in je eigen gedachten te verzinken, waarbij de kans bestond dat je ongemerkt hele weggedeeltes over sloeg en achteraf verbijsterd moest constateren dat je sommige delen van je rit gemist had. Rijden op de automatische piloot, zeg maar.

,,Even wachten chauffeur, er komen nog een paar zendingen bij!” riep de magazijnmeester van een firma waar ik tijdens de dagdienst kwam laden. Ja hallo ik heb meer klanten. Die willen ook graag op tijd afgehaald worden. Nou daar had hij echt geen boodschap aan, kreeg ook maar zijn orders van boven. Dat was de plek waar ik de vrachtbrieven in ontvangst moest nemen en de vrachtlijsten moest ondertekenen.

In dat veel te warme kantoor met dat hoogpolige hagelwitte tapijt was het ook weer 'even' wachten tot alle documenten klaar waren. En waar ik na een lange vermoeiende koude werkdag, last had om mijn ogen open te houden. Ondertussen de klok in de g*ten houdend om tot het besef te komen dat het ook deze keer niet ging lukken om bijtijds bij mijn volgende klanten te arriveren. Helaas het is niet anders. Ook zij zullen even moeten wachten. Net als u op mijn volgende verhaal. Bedankt voor uw aller aardige reacties op mijn vorige bijdrage en een heel fijn weekend maar weer. ©Wim van der Klein

Bron Foto’s: Henk Schattenberg, Verkeersnet, Paul Wouters, In de buurt, TH G Lucassen en VGL personeelsblad Rotonde , Marcel van der Sluis en Wim van der Klein.

Adres

Utrecht

Website

Meldingen

Wees de eerste die het weet en laat ons u een e-mail sturen wanneer Van Gend & Loos nieuws en promoties plaatst. Uw e-mailadres wordt niet voor andere doeleinden gebruikt en u kunt zich op elk gewenst moment afmelden.

Snelkoppelingen

Delen