09/10/2026
Ik heb het altijd een wonderlijke ervaring gevonden. Het ene moment ben je hard aan het werk met je bestelwerk in het drukke verkeer met de nodige stress en planning in je hoofd en het volgende moment zit je in de serene rust van een ziekenhuis. En is alles waar je zo druk mee was helemaal niet meer van belang. Gewoon einde verhaal. En ben je alleen gericht op de pijn die je lichaam trof en het verlangen om daar zo snel als mogelijk van af te komen.
Helaas heb ik die ervaring een paar keer mogen mee maken en met een ambulance afgevoerd. Met een g*t in mijn kop of in aanraking gekomen met giftige dampen. En een paar keer met vermeende hartklachten. Maar nooit met hele nare levensbedreigende verwondingen. Wat dat betreft heb ik altijd geluk gehad. Ik denk dat die ene gebroken been het hardst is aangekomen. Hoewel het in de eerste instantie nog niet eens de diagnose van de betreffende eerste hulp arts was. Hooguit een flinke kneuzing. Met een fikse zweepslag in de kuit.
En hoe bizar was dat telefoontje op die zaterdag van het ziekenhuis dan toch. Ze hadden de foto’s nog eens goed bekeken en toch een breuk ontdekt. En of ik maandag nog even langs wilde komen voor de spalk met het nodige gips. Dus terwijl ik de avond ervoor nog wat zielig met mijn krukken rond strompelde op dat feestje op de zaak, vanwege de opening van onze nieuwe loods in Rotterdam, werd mijn medisch dossier door de heren medici nog even terdege onder de loep genomen. En alsnog dat mankement aan mijn onderbeen geconstateerd. Toch wel een aparte gang van zaken, maar verder alle lof hoor.
Tja dat krijg je als je in een moment van onoplettendheid zomaar in alle haast uit je wagen springt. Nou ja via de vouwklep onder de oplegger fluks uit de laadbak wilde stappen. Ik was zoals gewoonlijk weer wat aan de late kant met mijn rit naar de klanten. Deze vracht moest nog mee en ik kwam toch in de buurt dus die doos kon ook nog wel mee. En wat een meevaller op die stapel pallets die ik in de loods tegen kwam zat nou net die ene afhaal klant te wachten. Dat kon er nog net bij in die toch al volle en afgeladen oplegger.
Mijn eerste klant was de Van den Bergh en Jurgens Margarine Fabriek in Rotterdam. Nee ik zat bij het verkeerde afdeling. Dit moest naar het technisch magazijn. Ook dat nog, ik had nog twee uur de tijd om vierentwintig pallets bij zeven verschillende klanten te lossen, voor ik aan mijn afhaaladressen kon beginnen. Verdeeld over drie industrie parken in Rotterdam, dus dat werd echt flink aanpoten.
Gelukkig kwam de heftruckchauffeur gelijk met zijn truck naar buiten om de pallet van mijn wagen te lichten. En om te voorkomen dat hij onverhoopt eerst die pallet naar binnen zou rijden, vroeg ik hem gelijk om de handtekening. En zo stapte ik fluks uit de oplegger, maar bleef met de achterkant van mijn schoen achter een scherp onderdeel van de onderkant van de laadbak vast zitten. En daar hing ik hulpeloos als een fladderende vlinder. Of beter gezegd een vleermuis in mijn grijze uniform, blinde kip zonder kop die ik toen was. Kon niet meer voor of achteruit.
De man op de truck schrok zich wezenloos en duwde mij terug in de wagen. Enfin ik stapte nu op de goede manier uit de wagen en hinkte naar de man voor de krabbel op mijn laadlijst. Of ik niet even binnen wilde zitten, om bij te komen, maar daar had ik echt geen tijd voor. Schouderophalend liep hij weg, dan niet. Ik sloot de deuren van de oplegger, hinkte naar de cabine starte de wagen en trapte de koppeling in.
Nou ja dat was mijn bedoeling, maar mijn voet weigerde ineens alle medewerking. In plaats daarvan kreeg ik zo’n pijnscheut te verduren, dat alle alarmbellen in de omgeving begonnen te rinkelen. Nou ja in mijn hoofd dan toch, samen met wat sterretjes. Dan de zaak maar bellen, of die een oplossing voor mijn spontane handicap wist. Helaas zaten we midden in een verhuizing naar de nieuwe loods. En daar moest blijkbaar het nodige voor vergaderd worden en kwam welk telefoontje en van wie dan ook nooit uit.
Een makke waar we in die tijd veel mee te maken hadden bij de firma en ons waarschijnlijk ook de nodige klanten heeft gekost. Een onbereikbare onderneming voor het personeel en klanten is toch echt funest voor de zaak, naar mijn bescheiden mening. Maar ik zat er mooi mee. Ook de mobilofoon waar onze wagens mee uitgerust waren, bleef doodstil na mijn herhaalde oproepen. Uiteindelijk toch maar 112 gebeld met de vraag of ze een beetje wilde doorrijden omdat de pijn niet te harden was.
Nou dat wilden ze wel. Met loeiende sirene kwamen ze de straat in gestoven, met nog een politiewagen in hun kielzog. Die dachten dat er minstens een paar zwaargewonden waren te betreuren, zo hard reed die ambulance. Groot was hun verbazing dan ook dat ik blijkbaar doodgemoedereerd in de cabine van mijn trekker zat. Tja ik was er zelf ook wel verbouwereerd over hoe makkelijk ik daar zo terecht was gekomen. Er uit ging namelijk voor geen meter meer. En zo kwam de hulp van die agenten toch nog mooi van pas en tilde met zijn vieren mijn ongelukkig persoontje uit de wagen en op de brancard. En gelijk naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis.
Het beheer van de oplegger-combinatie liet ik met een gerust hart aan de heren van de politie over. En die hebben op hun beurt ook nog de nodige moeite gehad om de contact met de firma te leggen. Maar uiteindelijk is het hele spul opgehaald en op het terrein gestald. En pas na het weekend bij de klanten leeg gereden. Maar toen zat ik inmiddels al in het gips. Wel kreeg ik de volgende dag een telefoontje of ik kon komen werken. En de dag er na ook weer en stuurden uiteindelijk een wagen om mij op te halen.
Het plekje als centralist op de centrale post in het nieuwe pand was net vrij gekomen en nu hadden ze mooi een nieuw slachtoffer gevonden. Kon ik ook mooi de boze telefoontjes van de nodige klanten aan nemen, die wilde weten waar hun pakje was gebleven. En de desbetreffende chauffeur via de mobilofoon daar naar vragen. Nee, Ik zat er niet mee. Dit werk was goed vol te houden. Werd opgehaald en weer thuisgebracht en de kantine aan de overkant met twee krukken makkelijk bereikbaar. En blijkbaar was de leiding ook heel tevreden.
Zo werd het het moment van terugkeer op de wagen telkens opnieuw uitgesteld. Na zes weken gips bleek een vervanger voor mijn tijdelijke werkzaamheden nog lang niet voorhanden. Maar ik was mooi klaar met verplicht binnen zitten en kon na een week discussiëren met mijn leidinggevende weer op de wagen. Bedankt voor uw aardige reacties op mijn vorig verhaal en een heel fijn weekend weer. ©Wim van der Klein.
Bron foto’s: Ary Groeneveld Het Rotterdams Archief, Firma Bornkamp, Archief Nederlandse Spoorwegen, Constant Wilms, Willi Steinhäuser en Wim van der Klein.