Van Gend & Loos

Van Gend & Loos Facebook-pagina van Wim van der Klein over van Gend & Loos, oud-collega,s foto's en verhalen. Een begrip in Nederland en bekend over de hele wereld.

De meer dan 200 jaar oude geschiedenis van een Nederlands transportbedrijf. Overgenomen door de Nederlandse Spoorwegen..Toch weer zelfstandig opererend en uiteindelijk verkocht aan Ned Loyd een van oorsprong nederlandse rederij..Die het bedrijf toch weer doorverkocht aan de Deutsche Post..Die het bedrijf toevoegde aan de transportgroep die onder de naam DHL opereerd.

Het was een ongekende maar zeker geen prettige sensatie. En even had ik geen idee wat er gebeurde. Maar toen drong langz...
29/05/2026

Het was een ongekende maar zeker geen prettige sensatie. En even had ik geen idee wat er gebeurde. Maar toen drong langzaam het verschrikkelijke besef in mij door. De vrachtwagen was in beweging gekomen.



Ik was op dat moment net druk bezig een loodzware pallet van zijn plaats te krijgen. En dat met een palletwagen die bijna vierkante rubberen wieltjes had en ook nog eens langzaam omlaag zakte. Het was in een tijd dat ik nog geen vaste wagen had. En het telkens de vraag was of daar wel handtruck in stond. Meestal niet dus en moest je die voor het laden eerst ergens in onze loods opscharrelen. Meestal stonden er nog een paar aftandse wrakken op een vaste afgelegen plek in de buurt van het bandenrek, waar je nog een bruikbaar exemplaar hoopte te bemachtigen.



In dat bandenrek stonden een aantal reserve wielen met gerepareerde banden van verschillende maten. Had je de pech dat de wagen die je toegewezen kreeg een lekke band had, dan moest je die uiteraard eerst verwisselen. En om je extra werk te besparen kon je dan in de loods een ander wiel ophalen. Dat het soms nog best een aardige tippel was laat zich raden. We hadden een hele lange loods op de Westzeedijk in Rotterdam met nog eens een extra lang terrein waar de ongebruikte vrachtwagens extra ver weg stonden geparkeerd.

En dan is het wel handig om eerst de maat van de band te noteren en zeker het aantal gaten voor de bouten waar de wielmoeren aan vast zaten. Zodat je niet nog eens die hele wandeling hoefde te maken. Zoals mij de eerste keer overkwam. Had je de pech dat jouw maat niet voorradig was dan was je genoodzaakt om het reservewiel van onder je wagen te halen. Vaak een smerig en lastig karweitje. Met bouten die erg vast zaten of een hijsconstructie die bijna vastgeroest zat.

Nou hadden we een eigen werkplaats met monteurs op Zuid waar onze wagens in onderhoud gingen of gerepareerd werden. Maar in de buurt van de Westzeedijk ook een aparte garage waar het onderhoud en reparatie van onze heftrucks werd uitgevoerd. En die twee monteurs liepen ook regelmatig in onze loods. Enwaren meestal wel bereid om je een handje te helpen, mocht je het niet voor elkaar krijgen. Al was het wel de bedoeling dat je eerst zelf het karwei probeerde op te lossen. Net als het vervangen van een zekering of de kapotte lampjes.


Maar het was zeker niet de bedoeling dat je aan de motor ging sleutelen mocht die een mankement vertonen. Sterker, dat was streng verboden, daar hadden we onze eigen monteurs voor. Dus mocht je onderweg met panne staan, dan moest je op zoek naar een telefoon en naar de zaak bellen voor een monteur. En dat kon dan nog wel eens een uurtje aanlopen.

En zeker tijdens een nachtdienst als je ergens op een vluchtstrook was beland. Het begon al met het zoeken van een praatpaal van de wegenwacht. Had je geluk dan had je snel verbinding met de centrale die op zijn b***t naar de dichtstbijzijnde loods belde. Moesten ze wel de telefoon opnemen, vaak werkte de leiding net zo hard mee in de loods en hoorde de telefoon niet. Maar het kon ook gebeuren dat de praatpaal kapot was en kon je nog een stuk verder wandelen. Of je stond op een provinciale weg zonder praatpalen. Dan was je echt in de aap gelogeerd. Ga maar eens midden in de nacht ergens aanbellen. Maar met wat geluk passeerde er een collega die op zijn bestemming de planning kon waarschuwen.




Tja en daarna was het altijd heel lang op de monteur wachten. Die meestal nog gewoon in zijn warme bedje lag. Dus eenmaal wakker gebeld snel aankleden en op zijn fietsje naar de werkplaats, waar de servicewagen stond. Meestal een oude niet meer gebruikte bestelwagen. En dan maar hopen dat ie je weet te vinden en belangrijker de wagen kon repareren. Anders moest je gesleept worden en dat was zeker geen pretje.



Ooit zo eens met een sleepstang achter een vrachtwagen gehangen. Totaal geen zicht naar voren. En dan zonder je remmen te kunnen gebruiken. Met net genoeg lucht in de ketels zodat je wielen nog gewoon rond draaiden. En dan een monteur die er aardig de gang in hield. En dat van Utrecht naar Rotterdam. Doodsangsten heb ik uitgestaan. Je moest recht achter je voorganger blijven zitten, met een stang die niet langer dan twee meter was. Zodat je niet tijdens het afremmen tegen hem opklapte. En dat zonder stuurbekrachtiging.



Onze best wel magere maar sterke Joop Vleghaar in zijn blauwe ketelpak met fel rood haar en dikke brillenglazen was nog al laconiek toen we eenmaal terug waren en ik hem vol verwijten aanviel. “Veel te hard gereden joh. Welnee, we zijn toch heel terug gekomen?” Maar op Joop kon je nooit lang kwaad blijven. Een bovenste beste kerel die dag en nacht voor je klaarstond en altijd in was voor een grap en een grol.

Mijn hart sloeg over, ik wist zeker dat ik de vrachtwagen op zijn rem had gezet. Maar wellicht niet hard genoeg aan getrokken. Het was nog een ratel-rem die je een paar keer omhoog moest halen. De wagen in zijn versnelling zetten was zeker geen optie. Zo’n diesel had niet altijd contact nodig en kon zo aan slaan. Later had ik een vaste collega op de wagen die deze rem zo hard aantrok, dat ik hem bijna niet los kon krijgen. Dan moest ik letterlijk in de cabine gaan staan en met twee handen aan die hendel trekken om hem in geknepen te krijgen, zodat ik hem uiteindelijk met een klap omlaag de rem los kon slaan. Elke ochtend het gevecht met dat ding.

En toen was er de paniek. Ik vloog naar achteren en sprong de al wat sneller rijdende vrachtwagen uit. Kwam bijna ten val, maar rende toen in volle vaart achter mijn wagen aan. Gelukkig stond die niet op slot. Ik greep de hendel van de deur en wurmde mij naar binnen. Met een voet op het pedaal kreeg ik die zware vrachtwagen net op tijd tot stilstand, voor die een auto en de gevel van een woning ramde. Kwam ik goed weg mee en voortaan bij een aflopende weg toch maar voor de zekerheid een houten keg voor het wiel geplaatst. Bedankt voor uw aardige reacties op mijn vorig verhaal en een heel fijn weekend weer. (©)Wim van der Klein

Bron foto’s: Willi Steinhäuser, Archief Nederlandse Spoorwegen, Utrechts Archief en Wim van der Klein.

Hij keek mij zeer nadrukkelijk strak aan en toen langs mij heen naar een persoon achter mij. Achteraf was het een duidel...
22/05/2026

Hij keek mij zeer nadrukkelijk strak aan en toen langs mij heen naar een persoon achter mij. Achteraf was het een duidelijke waarschuwing van mijn collega aan de andere kant van de tafel, maar ik had niks door en ging vrolijk verder met mijn verhaal in onze kantine. Het was er druk en rokerig, terwijl de kantine juffrouw nog maar eens een stelletje kroketten in het hete vet liet zakken. Een broodje kroket was favoriet al ging een frikandel er ook wel in. Zelf hield ik het meestal bij een bakkie soep.




Mijn boterhammetjes at ik meestal onderweg tijdens het rijden van en naar de klanten. Het lag ook aan de dienst die je reed of je tijd had en in de buurt was om je pauze in onze kantine aan de Westzeedijk in Rotterdam door te brengen. En meestal zat je daar dan met een gezellig vast groepje, waar we vaak de grootste lol mee hadden. Of lekker konden klagen over het werk en dan voornamelijk over de leiding in het bijzonder. En dan is het wel handig om even in de gaten te houden wie er achter je staat.



Maar deze keer was ik te roekeloos en vertelde verontwaardig over dat telefoontje van mijn directe chef. Of ik al klaar was met het lossen van mijn oplegger bij de firma Boon in Sliedrecht. Vond het zeker wat lang duren. En ik stond er net, terwijl ik de hele lading nog moest over stapelen. Enfin de mijn chef stond dus net op dat moment vlak achter mij. Natuurlijk deed hij of ie niks gehoord had, maar het gevolg was wel dat de mooiste ritten de komende weken aan mijn neus voorbij gingen. Ik zat er niet mee, ook de minder leuke ritjes waren de moeite waard. Maar knap opgelaten voelde je jezelf natuurlijk wel op dat moment.



Dat het leiding geven bij een bedrijf als van Gend & Loos geen peuleschil was, bewees het moment dat we hulp nodig hadden uit Alkmaar, waar het blijkbaar wel heel goed ging. Maar bij ons was het even echt crisis in Rotterdam. En de twee heren hoofdbestellers uit die kaasstad kwamen dat wel even oplossen. Best wel arrogante gasten vonden wij trouwens. Die kapsones waren we niet gewend. Maar schijnbaar hadden we dat even nodig. Vreemde ogen dwingen. Het liep niet zo goed in de besteldienst, spullen werden niet afgeleverd en afhaalklanten vergeten. Samen met een wat vriendelijkere leidinggevende uit Roosendaal werd een nieuwe strategie ontwikkeld.



Zelf had ik er niet zoveel fiducie in, maar blijkbaar kregen de heren het toch voor elkaar om de zaak weer op gang te brengen. Hoe was mij werkelijk een raadsel. Die ene kerel uit Alkmaar kreeg later toen hij terug op zijn eigen vestiging was de zak op staande voet vanwege een misstap. Op de één of andere manier verwacht je zoiets niet van een leidinggevende. En zeker niet van iemand die zo hoog van de toren blaast. Blijken het toch ook hele gewone mensen te zijn. De andere uit Alkmaar was een flierefluiter die er duidelijk de kantjes van afliep en mooie sier maakte met een wagen van de zaak. Maar goed, uiteindelijk verliep alles weer op rolletjes in Rotterdam.



Het was in een tijd dat we een meerdere met meneer aan spraken en u gebruikte in plaats van jij. Het heeft zelfs even geduurd voor ik überhaupt de naam van onze directeur wist. Die afstand was veel te groot. Hij waarschijnlijk ook niet die van mij. We hadden natuurlijk ook verder niks met elkaar te maken. De hoofdbesteller was mijn leidinggevende en niemand anders. En dat was in mijn begintijd de heer Kroos. Geen idee hoe of die verder heette. Wel dat het een baas van goud voor ons was.



Het was in de tijd dat ik op een vrachtwagen met laadlift reed. De kleppen wagen genoemd. Dat klepperen was het bekende geluid van het dichtslaan van de laadklep, die tevens als achterdeur functioneerde, tegen de achterzijde van de vrachtwagen. En met dat extra gashendeltje kon je die laadlift een aardige zwieper en geven met een behoorlijke klap als resultaat.



Mijn hoofdbesteller was overtuigd van mijn rijeigenschap. Zelfs toen ik in een smalle zijstraat van de NWwBinnenweg de spiegel van een personenwagen beschadigde. Die straat zat vol kuilen en was zo smal dat het centimeter werk werd. En ja, dan is een kuil gauw funest. Enfin schade rapport opgemaakt en weer door. De tweede dag werd ik er weer naar toe gestuurd. En ja hoor ook deze keer ging het fout, hoe voorzichtig ik ook reed. En ook deze keer moest ik dat schadeformulier bij mijn leiding- gevende inleveren. En prompt stuurde de heer Kroos mij ook de derde dag naar hetzelfde adres. Ondanks mijn protest dat ik dat toch niet zo zag zitten. Maar de heer Kroos was onverbiddelijk en gelukkig ging het deze keer wel goed. En was mijn vertrouwen terug.



En net als bij meer chefs van onze firma was het geven en nemen. Deed jij wat extra’s en reed je in de avond na je werk nog even een extra ritje, dan deden ze ook niet moeilijk als je een keertje wat eerder naar huis wilde. En hoewel we lange dagen maakten, een werktijd van twaalf uur was meer regel dan uitzondering, zorgde deze chef dat je op tijd je rust kreeg, Stuurde je na je eerste rit gewoon naar de kantine en zorgde dat je wagen ondertussen weer geladen werd. Het voordeel van de kleppen-wagen was dat je de pallets meestal zo bij de klanten neer kon zetten en dus maakte je meestal drie ritten bestelwerk per dag, met daar opvolgend het afhaalwerk bij je vaste klanten. Het dagwerk was voornamelijk in Rotterdam en de omgeving van deze stad.



En ja, dan gebeurde het regelmatig dat je bij andere klanten bij moest laden. Of werd je na het lossen van je vracht weer weg gestuurd om anderen bij te staan of vergeten klanten af te halen. Soms zelfs nadat je de vrachtwagen al had weg gezet en je onder het raam van de bedrijfsleider was door geslopen. Die had namelijk altijd nog wel een klusje voor je. En ondertussen het afmeld-punt ingelicht en dus kon je met hangende p**tjes opnieuw een ritje aanvangen. En nee zeggen was bij ons geen optie. Zoals gezegd het was geven en nemen, maar voor de extra centjes was het toch vaker meer geven dan nemen.



Aan het elkaar bij de voornaam noemen als het je meerdere of oudere collega betrof, heb ik altijd wat moeite gehad. Zo was ik niet opgevoed. De heer Boetje was zo’n meerdere, het type bedrijfsleider dat geen tegenspraak duldde. Een bedrijfsleider die daarvoor niks met het wegtransport te maken had. Ik dacht dat hij van de grote vaart kwam. Hij was het ook die het onzin vond dat we de pallets bij de grossiers uit moesten pakken en over moesten pakken op hun eigen kleine pallets. Ook als het label met de tekst: In Pallet Bestellen op de verpakking was geplakt. Een strikte overeenkomst in de transportwereld. En daar had iedereen zich aan te houden.



Nou niet dus. Die regel lapte de grossiers-wereld duidelijk aan hun laars. Over stapelen die pallets en anders nam je ze maar weer mee. Overigens was ik het met de zienswijze van deze bedrijfsleider grondig eens hoor en snap nog niet dat de vervoerswereld daar ooit was ingetrapt. Maar je kon dat nou wel vinden, helpen deed het geen ene mallemoer. Ook niet toen we na onze weigering van dat over stapelen alle spullen weer mee terug naar de loods moesten nemen en de pallets intussen tegen het dak van onze loods stonden. Natuurlijk begonnen de afzenders te klagen en te dreigen met andere vervoerders die minder problemen met die manier van lossen hadden. Bovendien waren dat ook vaak de opdrachtgevers van andere zeer lucratieve transporten, die we zo ook nog eens kwijt dreigden te raken.


Dus daarom besloot de directie van het hoofdkantoor in Utrecht in te grijpen en sommeerde onze bedrijfsleider bakzeil te halen en die goederen op de oude manier van deze klanten af te leveren. En waren wij nog eens extra druk met overpakken van al die extra pallets bij de grossiers. Dat onze bedrijfsleider het toch nog tot directeur heeft geschopt vonden wij in dat geval nog best wonderlijk, maar zal beslist aan zijn capaciteiten hebben gelegen. Bedankt voor al uw aardige reacties op mijn vorig verhaal, ik lees ze altijd graag en een heel fijn weekend weer. (©)Wim van der Klein.




Bron Foto’s: Marcel van der Sluis, Peter de K**k en Willi Steinhäuser.

Eerlijk is eerlijk een hoogvlieger ben ik nooit geweest. Niet dat er wat aan mijn verstandelijke vermogens mankeerde, ma...
15/05/2026

Eerlijk is eerlijk een hoogvlieger ben ik nooit geweest. Niet dat er wat aan mijn verstandelijke vermogens mankeerde, maar het leren had nooit mijn interesse. Ik kom nog uit een tijd dat de onderwijzers en leraren echt streng en autoritair waren. Oude scholen met hoge klaslokalen en alleen maar jongens in de rijen banken. Met in het midden dat ingebouwd inktpotje, waar je je kroontjespen in doopte, om met sierlijke halen de letters netjes tussen de lijntjes te plaatsen. Om even later gekweld te worden door een nare inktvlek, die van je pen droop en zo je ijverige werkje naar een onvoldoende torpedeerde.


Praten was verboden in de klas en als je klaar was ging je netjes rechtop zittend en met je armen over elkaar, wachtend op de volgende opdracht. Vragen mocht je alleen door je vinger op te steken, maar ik had geen vragen. Dromend keek ik door de hoge ramen naar buiten en was jaloers op de meeuwen die daar in alle vrijheid, drijvend op hun vleugels boven de daken rondcirkelden. Om even later door een fikse draai om je oren keihard terug in de werkelijkheid te belanden. En met een gloeiend oor murmelde je mee met de tafel van zes.

Nee de school was niks voor mij en na een mislukt avontuur van een jaar Mulo waar ik doodongelukkig was tussen al die vroegwijze pubers, volgde een opleiding tot tuinman op de tuinbouwschool in Rotterdam. Want hoewel het chauffeursvak mijn diepste wens was, moest ik van mijn ouders toch beslist een echt vak leren. En dat werd dus een tuinman. Maar na drie jaar had ik dat wel gezien en heb de hark en schoffel aan de wilgen gehangen en toch maar voor het chauffeursvak gekozen. En omdat ik hun wagens regelmatig tegen kwam werd het Van Gend & loos.

Mijn gewone rijbewijs had ik al. Het grote haalde ik een paar jaar later op een Bedford met open laadbak. En nee, veel opleiding had je verder ook niet nodig voor dat vak. Een cursus in het eigen leslokaal van de firma aan de Binckhorstlaan in DenHaag, leerde je hoe te laden en met de documenten en vrachtbrieven om te gaan. De rest kwam vanzelf wel in de praktijk. En de hele fijne kneepjes van het vak bracht een oudere mentor chauffeur je dan wel bij.


Het chauffeursdiploma was wel een aanrader, maar nog niet verplicht. Je kreeg wel wat extra centjes bij je loon. Maar ik zag er van af. Maakte al veel overuren en had geen trek in die cursus. Zoals gezegd, aan leren had ik een broertje dood. En hoe dom, ik dacht echt dat ik met dit werk daar wel voorgoed van af zou zijn.

Tot na een aantal jaren ineens alle chauffeurs van onze onderneming verplicht werden om het A.D.R. Diploma te gaan halen. Met het dreigende verlies van je baan als dat onverhoopt mis mocht gaan. En zo ging al het rijdend personeel op cursus. Ja dat was wat. Bij Gend & loos werden alle goederen al jaren gewoon door elkaar geladen. Ze vervoerden nou eenmaal van alles. Er werd nauwelijks onderscheid gemaakt tussen giftige stoffen en etenswaren. Mandflessen met een bijtend zuur stonden naast de gasflessen.

Je wist ook niet beter. Ja als er doodskop op het etiket stond wist je dat het weleens link kon zijn als de fles in de doos brak. Stond er een vlammetje op een etiket, dan moest je niet gaan zitten roken als er vloeistof uit de gaten van een groot vat liep, die de heftruckchauffeur net met zijn lepels had veroorzaakt.



Maar de tijden veranderde en ook bij Van Gend & Loos werden de regels aangescherpt. De loodsvloer bleek ineens ondeugdelijk en werd gedeeltelijk aangepast. Minder doordringbaar dus bij lekkage van gevaarlijke stoffen. En het rijdend materieel kreeg luchtroosters in kopschot en deuren voor veilig vervoer van spuitbussen en gasflessen. Veilig transport van gevaarlijke stoffen kregen een hoge prioriteit en wilde ons bedrijf ook dit vervoer voortzetten, dan moest elke chauffeur daar toe gemachtigd zijn.




Het heeft mij het nodige bloed zweet en tranen gekost om al die theorie tot mij te nemen. Van kookpunt tot vlampunt. De tunnel-verboden en verpakkingseisen en natuurlijk welke samenladingen nog meer mogelijk waren. En ga zo maar door. Hele teksten met verklaringen leerde ik uit mijn hoofd. Het leerboek altijd onder handbereik. Even wachten op een klant en hup daar haalde ik dat boek weer tevoorschijn.



En zo zat je ineens ook weer een week binnen in een klaslokaal, ergens in Rotterdam Zuid super saaie theorielessen te volgen. Dat was ik al heel lang niet meer gewend. Koppijn kreeg ik er van. Alle categorieën gevaar-etiketten werden uitgelegd en uiteraard moest je die ook weer uit je hoofd leren. Hele schriften heb ik vol geschreven.



Tja ik moest wel, mijn geliefde baantje hing er van af. De datum van het examen kwam steeds dichter bij. De eerste keer dat ik examen deed, was in een hotel in Heerhugowaard. Om alle risico’s van te laat komen uit te sluiten, boekte ik de dag voor het examen een kamer in hetzelfde hotel. Zo kon ik na mijn ontbijt, waar ik geen hap door mijn keel kreeg van de zenuwen, direct bij mijn groepje uit Rotterdam aansluiten, die net met een gehuurd busje aan was komen rijden. En er waren nog veel meer kandidaten uit de andere regio’s van Van Gend & Loos.



Na het mondelinge en schriftelijk examen stonden we met die hele groep in de gang te wachten. En kwam een bode naar buiten die de helft van de groep naar binnen begeleidde. Verschrikt keken wij elkaar aan. Het zou toch niet. Even later werd een heel groot deel van de andere helft naar binnen geroepen. Ik zag het niet meer zitten. Met nog maar een paar andere kandidaten bleef ik over. Dit was zeker foute boel. Groot was echter onze vreugde toen bleek dat juist dit laatste groepje wel geslaagd was, terwijl het grootste gedeelte geheel gezakt waren en het andere deel of voor mondeling of voor schriftelijk een onvoldoende had.



Ik was de enige Rotterdammer van onze groep die door was. De anderen moesten allemaal opnieuw examen doen. Het van tevoren aangekondigde feestje van koffie met gebak ging niet door. Best wel een afgang, terwijl ik het eigenlijk had moeten zien aankomen.Ze waren zo luchthartig en onbevangen aan die cursus begonnen, die dachten dat het wel zou loslopen. Leren zoals ik zo fanatiek had gedaan was overdreven en nergens voor nodig. Gelukkig had ik het wel serieus genomen en was er zo tenminste voor vijf jaar van af.



Uiteindelijk hebben alle chauffeurs en leidinggevenden hun begeerde diploma gehaald bij VGend & Loos. Zelfs de wat zwakkere broeders bij ons bedrijf. Maar die mochten na het zoveelste debacle hun examen in België doen, waar de eisen een stuk minder streng waren en het examen met open boek afgelegd mocht worden. Wat het diploma in mijn ogen behoorlijk degradeerde tot een wel heel simpel document.



Enfin ik was net weer geslaagd na de zoveelste herhaling van het examen, met het voor mij best wel weer pittige leerproces waarbij er van alles veranderd bleek, toen die verplichting van dat examen voor de chauffeurs van onze onderneming werd afgeschaft. Men was gestopt met het vervoer van goederen die onder het A.D.R. verplichte reglement vielen. Had ik weer. Bedankt voor alle aardige reacties op mijn vorig verhaal en een heel fijn weekend maar weer. (©)Wim van der Klein


Bron foto’s: VGL Personeelsblad Onderweg, Willi Steinhäuser en Wim van der Klein.

Het is alweer een tijdje geleden dat ik met mijn buurman, die ook vrachtwagen chauffeur was geweest, een gesprek over on...
08/05/2026

Het is alweer een tijdje geleden dat ik met mijn buurman, die ook vrachtwagen chauffeur was geweest, een gesprek over ons beroep had. En dan speciaal over het laden van goederen bij de klanten, waar je de toegang tot de loods geweigerd werd. En je dan na het laden bij een pak vrachtbrieven op een lijst verplicht werd om voor die lading je handtekening te zetten. Iets wat mijn buurman dus ten alle tijden weigerde. En dat kon dan nog best hoog oplopen. Controle van de lading was natuurlijk praktisch onmogelijk op die manier. Maar hij had wel een punt, zijn handtekening was een principekwestie geworden.



Zelf had ik er wat minder moeite mee. Voor mij was het meer een formaliteit waar ik toch nooit op afgerekend zou worden. Elke doos tellen was ondoenlijk. De pallets met goederen al geseald met zwart plastic. En al zou je de dozen kunnen tellen, dan wist je nog niet of de inhoud klopte. Zoals ik ooit een magazijnmeester van de Mediamarkt hoorde klagen over de bakstenen in een doos waar hij transistorradio’s verwachtte. En of ik een idee had, waar dat gebeurd kon zijn. Nou bij de afzender natuurlijk. Die stenen waren keurig verpakt.


Kijk, dat alle medewerkers van Van Gend & Loos altijd van onbesproken gedrag zouden zijn, lijkt mij een utopie die je nooit helemaal waar kon maken. Heb in al die jaren dat ik er gewerkt heb, helaas genoeg collega’s van hoog tot laag mee gemaakt die een scheve schaats reden of niet met hun poten van andermans spullen af konden blijven. En soms zelfs de geïncasseerde vrachtkosten of ontvangen rembours in hun eigen zak staken.


Terwijl de regels toch zeer duidelijk waren bij de firma. Al was het maar een rolletje snoep uit een stuk gevallen doos of een wegwerpaansteker. Natuurlijk, onder het motto dat het niet te bewijzen was of die kapotte doos gewoon transportschade was of met opzet kapot gegooid. De klant was altijd de dupe en werd je betrapt op het stelen dan volgde altijd op staande voet het ontslag. Daar was geen ontkomen aan.


Op een enkele uitzondering na dan toch. Heb ik altijd een wonderlijke zaak gevonden. Terwijl de éne collega gelijk zijn jasje kon pakken werd de ander de hand boven het hoofd gehouden. En dat ging nog niet eens over kleine vergrijpen. Zo ging er ooit eentje met een groot geldbedrag en de hele combinatie vandoor. Kon de verleiding van al dat geld niet weerstaan. En zenuwachtig geworden door de vele oproepen via de mobilofoon, vloog dat hele apparaat ook nog eens uit het raam.


Het hele span werd later overigens ergens in DenBosch onbeschadigd terug gevonden. Terwijl de collega na het weekend bestolen en berooid door de Spoorwegrecherche in een station werd aangetroffen. Die jongen ging weliswaar van de wagen maar mocht als loodsmedewerker het verduisterde bedrag netjes van zijn salaris terug betalen. Natuurlijk weet je nooit precies van de hoed en de rand en ken je de beweegredenen van de leiding niet, maar het viel ons wel op.


Net zoals die beschonken loodsbaas de hand boven het hoofd werd gehouden. Had kennelijk een drankprobleem en waren de geweigerde dozen met wijn in de weigeringen-kast te verleidelijk om die met rust te laten. En ook deze keer wreef de leiding van de firma over het hart en mocht de verder trouwe medewerker voortaan de bedrijfswagens wassen. Geen idee hoe lang hij dat heeft geen gedaan, maar ineens was hij toch voorgoed bij mij uit beeld.


Vaak wordt je echt verrast door de misstappen van in jouw ogen hele fijne collega’s. Zo verkocht mijn vaste maat op de wagen als bijverdienste de bij onze klanten opgehaalde Euro-pallets. Hoe dom kan je zijn. Gelukkig had hij al snel weer een nieuwe baan en reed voortaan alleen nog maar met die lege pallets. Tja en de aardige collega die er met de nodige laptops vandoor ging werd uiteindelijk toch ook opgepakt door de lange arm der wet. En hoe lang ook de dienstjaren, het bedrijf kende meestal geen genade.


Zo werden twee oude collega’s met een keurige staat van dienst met een paar kamerplanten in de cabine betrapt. Die hadden ze uit een vuilcontainer van een klant gehaald. De medewerker van dat bedrijf had zijn goedkeuring gegeven, zo was de stellige uitleg van de collega’s. Maar die ontkende bij navraag deze feiten, bang om zelf in diskrediet gebracht te worden.



Uiteindelijk kregen de collega’s het voordeel van de twijfel, maar werden wel tijdelijk geschorst. Met een aantekening in het bedrijfsregister. Iets waar je vaak mee gedreigd werd, maar ik nog nooit onder ogen heb gekregen. Heb er ook nooit naar gevraagd trouwens. Helaas heb ik zelf ook een moment onder verdenking van diefstal gezeten. Gelukkig liep de werkelijke dader tegen de lamp en liep dat met een sisser af.


Het was in een tijd dat ik nog op een vrachtwagen met laadlift zat. En ook nog eentje die een stuk lager was, dan de meeste wagens die bij Van Gend & Loos reden. Heb daar slechte herinneringen aan door de vele keren dat ik mijn kop stootte tegen het dak met mijn lange lijf. Die wagen was speciaal aangeschaft voor lage poorten van straatjes in het centrum van Rotterdam. En dus ook voor die kelder in de Van Vollenhovestraat, waar helemaal achterin een elektronica zaak zat.


En van een medewerker van die zaak kon ik zomaar gratis en voor niets een mooie bureau lamp krijgen. Of wilde ik liever een staande schemerlamp? Kon hij zo regelen voor mij. Maar ik had geen interesse. Zag mij al door onze loods lopen met die spullen. Ik nam zelden iets aan van onze klanten. Hooguit de zak pinda’s die al onze collega’s kregen bij een pinda-branderij en gaf die meestal ook gelijk maar weg.


Het was bij die elektronica zaak waar ik elke dag een vrachtwagen vol Philips artikelen kwam lossen. En dan kon het zo gebeuren dat ik van die paar honderd dozen er eentje tekort kwam. Verkeerd geteld en dan toch maar manco gemeld was mijn conclusie. Zelfs toen een loodsbaas mij hielp met laden bleek ik toch weer een paar dozen tekort te komen. Tot ik op een gegeven moment bij de bedrijfsleider op het m***e werd geroepen waar twee heren met lange regenjassen op mij zaten te wachten.


En of ik al veel cadeaus had ontvangen van dat bedrijf waar ik dagelijks loste. Ik had geen idee waar ze het over hadden. Maar de rechercheurs waren kennelijk overtuigd van kwade zaken door mij. Vertel het nou maar! Gelukkig stond de bedrijfsleider pal achter mij en was overtuigd van mijn onschuld. En de heren hadden verder geen p**t om op te staan en dropen gelaten af. Maar wel met de waarschuwing dat ze mij in de gaten zouden houden. Ik vond het allemaal prima.

Het was door het weifelende gedrag van de dader dat alles uitkwam. Die werd betrapt terwijl hij een grote kleurentelevisie uit zijn eigen personenwagen haalde en terug in het magazijn bracht. Hoe die televisie dan in zijn auto terecht was gekomen, was de vraag. Tja en toen kwam de aap uit de mouw, die wilde hij inpikken, maar vond hem toch iets te groot.


Enfin van het één kwam het ander en toen bleek dat deze heer regelmatig spullen uit mijn wagen verduisterde. En dat was meestal halverwege het lossen, toen ik naar binnen werd geroepen voor een bakkie koffie. En omdat ik achterin een verder stille afgesloten kelder stond, liet ik de deuren van de wagen gewoon open staan. Het moment waarop deze boosdoener een enkele doos uit mijn laadbak jatte.


Zo zie je maar, niemand is altijd volledig zomaar te vertrouwen en achteraf was ik maar wat blij dat ik nooit spullen van hem had aangenomen. Had mij zomaar in moeilijkheden kunnen brengen. En het sterkte mij in mijn besluit voortaan nooit zomaar tijdens mijn werk klakkeloos giften in ontvangst te nemen. Hoe aantrekkelijk ze soms ook zijn. Bedankt voor al uw aardige reacties op mijn vorig verhaal en een heel fijn weekend weer. (©)Wim van der Klein.


Bron foto’s: Archief Rotterdam, Willi Steinhäuser, Peter de K**k en Wim van der Klein.

De voorman, de uitvoerder of de magazijnmeester, zomaar wat titels die bij de meeste chauffeurs wel bekend zijn. Dat zij...
01/05/2026

De voorman, de uitvoerder of de magazijnmeester, zomaar wat titels die bij de meeste chauffeurs wel bekend zijn. Dat zijn namelijk de mannen of in een enkel geval de dame die je goederen in ontvangst namen. Had je geluk dan zaten die mensen gewoon netjes op hun post. In het magazijn bijvoorbeeld of in een keet. Of in de buurt van het werk waar ze hun spulletjes gebracht wilden hebben. Bij scheepswerven was het meestal het magazijn waar je je moest melden. Die wist je wel te vinden omdat die meestal netjes met borden was aangegeven.

Het centrale magazijn dan toch. Vaak waren er meer. Of je moest het ergens bij de waterkant kwijt. In de loods van de werf was minder prettig door de pokkenherrie daar. Zonder oorbescherming was het eigenlijk geen doen. Met een zware hamer grote klappen op staal gaat je door merg en been. Met arbeiders die druk met snijbranders en lasapparaten in de weer waren, waar je beslist niet in de vlam mocht kijken. Terwijl je toch moeite had om die neiging te onderdrukken. Als een vlieg naar de kaars zeg maar. En probeer je in die ruimte dan maar eens verstaanbaar te maken.

In de bouw zocht je meestal de uitvoerder op. Die weet precies wie met welk karwei bezig is of waar het centrale magazijn gevestigd is. Lastiger word het als de spullen voor de onderaannemer bestemd zijn. Vaak zijn het kleinere bedrijfjes waarvan de werknemers ergens in dat immense gebouw in aanbouw bezig zijn. Een stukadoor of een elektriciën bijvoorbeeld. Ga daar maar eens naar op zoek. De keet gesloten en de heren met een karwei bezig. Eigenlijk was het niet eens toegestaan om daar rond te lopen. Maar dat is dus het grote voordeel van een uniform. Iedereen wist wat Van Gend & Loos was en herkende je aan je grijze kledij. Of dat blauwe wat we ook een tijd hebben gedragen. En later zelfs in het groen. Leken we ineens op een boswachter. Alleen de hoed met het veertje ontbrak.

Wat je kwam doen was niet de vraag maar wie zoek je. Vaak zaten ze zelf op spullen te wachten en vroegen dan naar de bekende weg. Nee die zaten nog niet in mijn wagen. Of wel en dan was het zaak om een goede deal te maken. Want de plek van het lossen was in de bouw best belangrijk. Het mooiste was net achter het hek bij het magazijn, maar sommige werklui wilden de spullen graag op het werk zelf hebben. ,,Niet doen!” zei het stemmetje in mijn hoofd. Gewoon naar het centrale magazijn, lossen en klaar. Maar je wilt ook wel graag de mensen van dienst zijn. Gewoon wat extra service verlenen. Wellicht verloopt de bezorging een volgende keer wat soepeler. Maar je moet er dan wel echt op die plek kunnen komen en dat is een inschatting die jij als chauffeur in je eentje moet maken.

Opmerkingen van ze doen het allemaal of oh heel makkelijk moet je maar met een korreltje zout nemen. Net zo als de stelling dat veel grotere wagens dat gedeelte van het terrein aan deden. Om dan eenmaal ter plekke te horen dat ze geen idee hadden dat ik met een trekker-oplegger combinatie reed. Jaja, maar toen was het al te laat. Was ik al drie keer weggezakt of had me hopeloos vastgereden in de modder. Of erger had ik de net aangelegde riolering aan gort gereden. Dit tot schrik, woede en verbijstering van de uitvoerder. En dan liep je ook nog kans om in een stuk betonijzer je banden lek te rijden. Nee alleen door ervaring en schade en schande word je een stuk wijzer.

Liep je vroeger nog zo een bouw-terrein op, later werd een veiligheidsbril en helm verplicht. Die kon je bij de portier krijgen, maar ik vond het net iets frisser om een helm van mezelf te gebruiken. Voelde me vaak wel opgelaten om die dingen op te hebben in de laadruimte van de wagen. Zeker als de man van de heftruck zo eigenwijs was om zonder enig beschermmiddel de goederen van je wagen te halen. Maar alles voor je eigen veiligheid. Het dak van plexiglas van mijn oplegger hield echt geen vallende steigerdelen tegen. Ik noem maar wat. En zeker in de petrochemische industrie waren die beschermmiddelen verplicht.

Samen met het melden bij de portier waar ze alle gegevens van je wilde hebben. Je rijbewijs nummer om maar eens wat te noemen. Die wist ik op het laatst uit mijn hoofd. Terwijl het toch een best lang nummer was. Het doel van je levering en bij wie en niet vergeten het tijdstip wanneer je het terrein opreed en belangrijker wanneer je het verliet. Begrijpelijk natuurlijk, want bij calamiteiten wisten ze dan precies wie er aanwezig waren en waar op het terrein.

Een grote uitzondering was de Shell. Vooral in mijn begintijd kon ik daar zo het terrein op rijden. Niks aanstekers of lucifers en rookwaar inleveren. Zelfs geen controle op ijzerplaatjes aan de onderkant van je schoen die ze bij andere bezoekers wel hanteerden. En de persoonlijke gegevens hadden ze ook niet nodig bij de shell in die tijd. Nee niks van dit alles al zal er zeker een aantekening in het gastenboek gemaakt zijn. Van Gend & Loos is in the house of iets dergelijks.

We kwamen er ook dagelijks natuurlijk. De slagboom ging bijna vanzelf open als we aan kwamen rijden. Even een hand omhoog ten groet en gaan als de brandweer. Nou nee, je moest je wel aan de verkeersvoorschriften houden en vooral in het eerste gedeelte was het er zo druk als in een kleine stad. Er liep daar wat volk rond. En nu maar hopen dat je al je spullen in het centrale magazijn mocht lossen. Maar helaas er waren altijd wel onder aannemers bezig met een reparatie of nieuwbouw, die hun spullen direct geleverd wilden hebben. Zaten er ook vaak op te wachten. En ja dan kon je op speurtocht in dat uitgestrekte gebied. Langs en onder sissende buizen en pijpleidingen waar regelmatig stoom ontsnapte.

Je passeerde grote installaties en ingewikkelde constructies terwijl je het traject volgde die de magazijnmeester op een plattegrond had aangegeven. De eeuwige vlam fakkelde hoog boven op een schoorsteen. En een stuk lager nog een. Je kon de warmte bijna voelen als je in de buurt stond. Eindelijk ergens op een afgelegen gedeelte waren ze met nieuwbouw bezig. Een Engels sprekende man nam de goederen in ontvangst en tekende voor ontvangst. Ook weer kwijt op naar de volgende klant. De portier zag je al in zijn spiegel aankomen en gooide de slagboom open. Met een hand omhoog tot groet verliet je de Shell.

Hoe makkelijk bij deze raffinaderij hoe lastig waren de volgenden. De Esso, de BP en Q8 en nog wat chemische bedrijven, hoe vaak je er ook kwam, elke keer de hele riedel van melden bij de portier en het invullen van een hele lijst. Tenminste als je geen passeer-pasje bij je had. Ook die had Van Gend & Loos, maar eigenlijk alleen voor de vaste chauffeur, die de Botlek en de Europoort als werkterrein had. Wij kwamen alleen voor de wat grotere partijen.

Er waren zelfs bedrijven waar je niet in je korte broek het terrein op mocht komen. Kreeg je een wit weggooi overal aangemeten. Voelde je je echt in opgelaten, dus de volgende keer zorgde je wel voor een lange broek. Alles voor je eigen veiligheid. De borden met zoveel dagen zonder ongelukken op het begin van het terrein was een duidelijke aanwijzing dat het betreden daarvan niet echt zonder gevaar was. Toch heb ik me daar nooit onveilig gevoeld.

Ook niet bij het gasalarm wat ik ooit meemaakte bij een chemische industrie toen ik me naar een veilige zone moest begeven. Zelfs niet die keer dat we met onze Van Gend & Loos geldwagen de zone op het shell terrein waar we stonden niet mochten verlaten tijdens een brandalarm. Het duurde wel even maar het kwam allemaal goed. De bedrijfsbrandweer had het zaakje netjes opgelost. Bedankt voor al uw aardige reacties op mijn vorig verhaal en een heel fijn weekend weer. (©)Wim van der Klein.

Bron Foto's: Huijgen, Peroneelsblad Rotonde, Shell en Wim van der Klein.

Adres

Utrecht

Website

Meldingen

Wees de eerste die het weet en laat ons u een e-mail sturen wanneer Van Gend & Loos nieuws en promoties plaatst. Uw e-mailadres wordt niet voor andere doeleinden gebruikt en u kunt zich op elk gewenst moment afmelden.

Delen